woensdag 25 maart 2015

Nieuw vakwerk en e-learning #cvimc

Vandaag en morgen vindt in de DRU Cultuurfabriek te Ulft de tweejaarlijkse managementconferentie van het Consortium voor Innovatie (CvI) plaats. Het motto van de conferentie is “Nieuw vakwerk”. Vandaag heb hier twee sessies over het gebruik van e-learning bijgewoond.
NoorderpoortDe conferenties van het CvI worden altijd samen met een gastcollege georganiseerd. Dit jaar is dat het Graafschap College. Vandaar deze fraaie locatie in het Oosten van het land. DRU staat overigens voor Diepenbrock en Reigers te Ulft. Vroeger werden hier ondermeer gietijzeren gaskachels van de ATAG gemaakt. Inmiddels is het fabrieksterrein in gebruik als cultuurfabriek.

Maar voor industrieel erfgoed zijn we niet hier. In verband met een vergadering en bespreking van het yOUlearn-project ben ik helaas laat in Ulft gearriveerd. De opening en eerste ronde heb ik daarom helaas moeten laten schieten.

De eerste sessie, die ik heb bijgewoond, was van het Noorderpoort College over het in standhouden van opleidingen in dunbevolkte gebieden in de regio Groningen (krimpregio). Daarvoor zet men online leren in. Het Noorderpoort College wil namelijk opleidingen, zoals Detailhandel, ook in de regio aanbieden zoals in Appingedam. Daarvoor zet men video conferencing in combinatie met smartboards in. Verder bleek de kleur van het lokaal van belang in verband met de belichting. In eerste instantie heeft men vooral de techniek getest. Daarna is uitgebreider gekeken naar het onderwijs zelf. Men heeft zich vooral gericht op niveau 2-opleidingen. Daarbij maakt men gebruik van een mobiele set die je in de ruimte kunt verplaatsen. Dankzij de applicatie LYNC kunnen lerenden ook mee schrijven op een smartboard. Wat doet men tijdens zo’n les, bijvoorbeeld:
  • Huiswerk bespreken.
  • Formatieve toetsen maken (bijvoorbeeld space race in Socrative waarbij lerenden uit Appingedam en Groningen met elkaar racen).
Bij een groep van 15 leerlingen op afstand is een instructeur aanwezig (en de docent dus op afstand). Voor detailhandel verzorgt met 2 blokken van een uur per week. Deze manier van werken telt ook als begeleide onderwijstijd mee. Deze manier van werken kun je bijvoorbeeld ook gebruiken voor keuzedelen (centraal aanbieden, decentraal volgen, meer keuzemogelijkheden), en voor BPV-begeleiding.

Organisatorisch heeft dit echter de nodige voeten in aarde. Zo hanteerde Appingedam andere lestijden dan in Groningen. Verder hanteert men andere vakbenamingen en ander lesmateriaal. En hoe ga je om met laatkomers? Wanneer is de BPV gepland? Je moet dus standaarden afspreken om deze manier van werken te realiseren. Docenten moeten daarvoor met elkaar afstemmen en samenwerken. Ook moet je afspraken maken over het maken van opnames. En als een docent in Groningen ziek is, moeten ook de lerenden in Appingedam worden ingeseind.

 Een uitdaging voor docenten is: welke werkvormen en type leeractiviteiten lenen zich voor deze manier van werken? Interactie en veel afwisseling zijn noodzakelijk om leerlingen geboeid te houden. Op deze manier krijg je ook beter een spiegel voorgehouden over hoe je je onderwijs verzorgd. Als docent moet je je realiseren dat je groot in beeld bent. Verder is afstemming met de instructeur in Appingedam belangrijk (o.a. waar gaat de les over?).

Volgens de betrokken docent is het ook belangrijk dat de twee klassen elkaar leren kennen. Contact maken en afspraken maken over hoe je met elkaar omgaat, zijn heel belangrijk. De docent ziet hen ook als één groep. Deze manier van werken moet ook veilig zijn. Voor lerenden en docenten. Daar moet je als docent in investeren. Verder moet je controleren dat lerenden ook daadwerkelijk leren. 

Het Noorderpoort College gaat deze manier van werken nu ook verder uitbreiden. Want op deze manier kun je docenten op een efficiënte manier op meer locaties inzetten. Dat blijkt ook uit deze casus (besparing van 0,4 fte).

 Leerlingen vinden het positief, wat nieuws, maar vinden het soms ook lastig om zich te concentreren (je hoort elk geluid). Een vraag was ook naar de tijd die dit kost van een docent. In het begin kost dit de docent dubbel zo veel voorbereiding als anders. Daarna wordt dat aanmerkelijk minder. Wel zul je je echt goed moeten voorbereiden. Beter dan bij klassiek onderwijs. Er zijn op dit moment tien MBO-instellingen bezig met deze ontwikkeling. Zie: Online leren in Balans

De tweede sessie, die ik heb bijgewoond, was ook van het Noorderpoort College. Dit keer betrof het een experiment met e-learning bij de Entree opleidingen. Bij deze opleidingen moest de hoeveelheid begeleide onderwijstijd worden vergroot. Deze groep lerenden leert het meeste op de werkplek in de praktijk. Zij wilden de begeleide onderwijstijd vooral opkrikken met leren in de praktijk. Dat lukt echter niet. Daarom wilde men vooral contact onderhouden met ICT-middelen.

De lerenden moeten dan online opdrachten in de praktijk maken. De lerenden downloaden ’s ochtends praktijkgerichte, authentieke, opdrachten die zij overdag in de praktijk maken en ’s avonds moeten inleveren. Theorie wordt daarmee nauw gekoppeld aan de praktijk. Het stagebedrijf weet ook welke opdrachten de leerlingen moeten maken. De e-learning docent heeft dan wekelijks contact met de lerende en met het stagebedrijf. Daarvoor zet men telefoon, WhatsApp, mail, Skype of een speciale stage app in. Voorwaarde is ook dat de lerende leert omgaan met de ICT-middelen die men gaat gebruiken binnen het onderwijs. Gedurende het hele jaar is daar aandacht voor. Leerlingen maken bijvoorbeeld foto’s en video’s als opdracht (bijvoorbeeld over het laden van een vrachtwagen).

De docent ontvangt bijvoorbeeld foto’s via WhatsApp. Het gevolg is wel dat je als docent 24/7 met leerlingen bezig bent (WhatsApp bevordert dat). De docent gaat vervolgens de uitwerkingen in -in dit geval- Magister archiveren.

Sinds kort gebruikt men een speciale stage app (van MyPanel) Daarmee kan men opdrachten downloaden. Dankzij een GPS-functie kan men registeren of een leerling aanwezig is op de stageplek. De student krijg een half uur voor aanvang van de dag een bericht of men aanwezig is op de stageplek. De registratie van aanwezigheid is daarmee ook verbeterd. De app is nog niet gekoppeld aan Magister. De leerling kan ook notities maken, vragen beantwoorden en de begeleider een beoordeling laten maken. De laatste vraag is echter om de praktijkbegeleider een handtekening te laten plaatsen.

Bedrijven waarderen deze gestructureerde en relatief intensieve aanpak van begeleiding op afstand met ICT. Het blijkt overigens ook dat leerlingen op sommige stageplekken onvoldoende ruimte hebben om de opdrachten uit te kunnen voeren.

 Vraag is: is dit begeleide onderwijstijd? De leerling heeft in elk geval het idee dat hij les krijgt, en bovendien is sprake van parallelle roostering. De inspectie zal zich over deze vorm van onderwijs echter nog moeten uitspreken. Spannend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen